Acht Schoolmeesters uit de familie Hemrica / Hemrika:

 

1.         Sytse Lefferts Hemrica, 1654-1718:

 

Hij was schoolmeester van 1679 t/m 1682 in Oudega. (Smallingerland) In november 1686 werd hij in Bergum als organist benoemd op een tractement van 100 Carolische guldens per jaar. Door de stemgerechtigde landeigenaren werd hij op 25 juli (Jacobi) 1714 tevens tot schoolmeester aangesteld te Bergum. Hij noemde zich ook wel mr. Sixtus Leffardi Hemrica. Dit verlatiniseren van de naam kwam bij geletterden in die tijd vaak voor. In februari 1688 kochten hij en zijn vrouw Pietertje Pieters een huis in Bergum. In 1714 kon hij het schoolhuis betrekken. Hij verkocht zijn eigen huis aan de Zuidkant van de buren te Bergum aan Danjel Jans, meester bakker. In dit huis had Sytse ook een winkel gehouden. Sytse ontving 103 Carolische guldens per jaar voor school- en orgeldienst. Hij verrichtte vaak schilderwerk aan de school of aan de kerk. Het schoolhuis was in 1714 opgeknapt: een nieuwe estriken (van gebakken klei)  vloer, nieuwe goten. Freerk Bosgra leverde voor 7 guldens en 16 stuivers “frugtbomen in ’t schoolmeestershof.” Sytse overleed op 13 juli 1718 te Bergum.

 

2.         Pieter Sytses Hemrica, 1690-1753: (een zoon van Sytse Lefferts Hemrica)

 

In mei 1712 kwam mr. Pieter Sytses Hemrica als schoolmeester, organist en dorpsrechter in Blessum. In 1713 werd de school vernieuwd. In 1715 werd zijn tractement op 100 Carolische guldens per jaar gebracht. Hij ontving slechts één maal in november 1715 het verhoogde tractement.

 

3.         Albert Sytses Hemrica, 1698-1784: (een zoon van Sytse Lefferts Hemrica)

 

In november 1715 volgt hij zijn broer Pieter in Blessum op. Hij was schoolmeester, organist en later ook ontvanger te Boxum en Blessum. Hij was tevens boer, want hij huurde land van de kerk. Zijn vrouw hield een winkel in “kleedbare waren”. In 1735 kwam in de gevel van de school een zonnewijzer, kosten 6 guldens. Bij de oproerige beweging in 1748 tegen de drukkende belastingen en de wijze van verpachting hiervan, was Albert één der zogenaamde Doelisten. Zij kwamen bijeen te Leeuwarden, eerst in de Grote Kerk en later in de Doelen. Hun voorstellen tot verbetering hebben mede geleid tot het Reglement Reformatoir van 1748. Albert is in zijn dorp een man van betekenis geweest, die het volste vertrouwen van zijn medeburgers bezat. Dat blijkt o.a. uit het feit dat hij jarenlang “Bijsitter” of Mederechter in het Nedergerecht van de Grietenij Menaldumadeel is geweest. (1765-1783) Het nedergerecht had de lagere rechtspraak en het bestuur van de grietenij als taak. Albert is bijna 70 jaar schooldienaar en organist geweest, hoewel vanaf 1770 de school door een familielid werd waargenomen. Ene S.Hemrica. Wel bleef de oude heer de verantwoordelijke persoon. In augustus 1784 werd het tractement nog aan zijn weduwe uitbetaald. Net als alle scholen in die tijd ging het hier om een winterschooltje.


 

 

 

4.         Jacob Sytses Hemrica, 1688-1739: (een zoon van Sytse Lefferts Hemrica)

 

In april 1722 was Jacob schoolmeester te Garijp. Ook hij was daarnaast boer, want in april 1722 kocht hij een huis en een schuur (berechtigd met stem 5 en 6 te Garijp) met ruim 10 lopenstal land. In 1714 bediende hij nog het schooltje te Nijega. De schoolmeester van Garijp moest te Eernewoude, dat kerkelijk met deze gemeente gecombineerd was, voorlezen en voorzingen in de kerk. Jacob wandelde op die zondagen naar Eernewoude met zijn predikant. Hiervoor ontving hij 3 guldens en 3 stuivers per jaar, volgens de Kerkvoogdij Rekeningboeken van Eernewoude. In mei 1763 ontving hij voor het laatst dit tractement. Dit is merkwaardig, want volgens mijn gegevens is Jacob in 1739 overleden. Misschien was het zijn weduwe die het geld ontving? In het doopboek van Garijp, dat door de meester werd bijgehouden, begint in augustus 1763 een andere “hand”.  Aan het handschrift in het doopboek te oordelen, heeft meester Jacob sinds ongeveer 1718 gewerkt.

 

5.         Jan Sytses Hemrica, 1688-1733: (een zoon van Sytse Lefferts Hemrica)

 

 

In 1717 werd onder de lidmaten van Oenkerk opgenomen Jan Sytses Hemrica, schoolmeester te Oenkerk. In augustus 1710 trouwde hij daar ook. Nog steeds was het tractement 80 Carolische guldens per jaar en enige emolumenten voor o.a. kloksmeren, kerkenpad wieden, etc. 16 guldens en 16 stuivers werden ingehouden wegens de huur van de “kerkefenne”. Meester Hemrica hield dus ook dieren. Hij was er ook dorpsrechter en ontvanger en overleed in 1733.

 

6.         Pieter Sytses Hemrica, 1713-1786): (zoon van Jan Sytses Hemrica)

 

 

Hij volgt in 1733 zijn vader in Oenkerk op, pas 20 jaar oud. Ook hij is dorpsrechter en ontvanger van Oenkerk. Zijn jaarwedde was 80 guldens, inbegrepen het “kerkeschrijven”. Dat betekent dat hij ook boekhouder van de Heren Kerkvoogden was. Evenals in de meeste dorpen van Tietjerksteradeel, was er ook in Oenkerk schoolland of kosterieland en wel 2,5 pondemaat mieden (wei-/hooiland) en wat ander los land, belast met 0,25 floreen in de grondlasten en “te huur geprijsd” op 40 tot 47 guldens. Dat was de getaxeerde huuropbrengst. De meester kon het verhuren, maar dikwijls gebruikte hij het ook zelf. In 1786 overleed Pieter; zijn weduwe ontving in mei 1787 het laatste tractement.

 

7.    Siebertus Hemrika, geboren op 17-4-1948 in Amsterdam, zoon van             Siebertus Hemrika:

 

Hij werd leraar avo in 1969 op de Tweede Technische School in Amsterdam. In 1973 leraar Nederlands op de Edmar Vergouwen Mavo in Opmeer en sinds 1997 leraar Nederlands op het Werenfridus in Hoorn.

 

8.    Arjen Hemrica, geboren op 10-7-1931 in Oudega, zoon van Folkert Hemrica:

 

Een Friese schoolmeester pur sang. Later werkzaam in Voorthuizen. Onderwijzer en later leraar Frans en geschiedenis. Stond 38 jaar voor de klas.